Luizenprotocol Widar Vrijeschool
 
Inleiding
Luizen komen regelmatig voor bij kinderen. Iedereen kan hoofdluis krijgen. Luizen worden hoofdzakelijk via haar-haarcontact overgebracht. De school is een plaats waar besmetting gemakkelijk kan plaatsvinden.
Om problemen met hoofdluis te voorkomen en het risico van besmetting zo veel mogelijk uit te sluiten zijn voortdurende controle en een goede samenwerking van ouders en de school noodzakelijk. Hieronder wordt het beleid van de school ten aanzien van hoofdluis beschreven.
 
Doelstelling
Ondanks het feit dat het krijgen van luizen iedereen kan overkomen, dragen ouders zorg voor een goede persoonlijke hygiëne van hun kind(eren) en zorgen zij ervoor dat hun kind(eren) luisvrij naar school gaan. Dit doen ze door het adequaat signaleren en behandelen van hoofdluizen. Door controle op school wordt nagegaan of dit doel wordt behaald en door hierover te communiceren richting de ouders. Doel van ons beleid is om alle kinderen vrij van luizen te brengen en te houden: een luizenvrije school.
 
Taakverdeling
Bij de controle op luizen zijn drie partijen betrokken:
  1. Ouders
  2. LOT: LuizenOpspringsTeam
  3. School
 
Wat doen ouders?
  • Ouders nemen hun verantwoordelijkheid. Van alle ouders wordt verwacht dat zij hun kinderen thuis wekelijks op hoofdluis controleren.
  • Wanneer er hoofdluis is geconstateerd dienen de ouders hun kind adequaat te behandelen. Ook andere gezinsleden dienen te worden gecontroleerd als er bij één kind hoofdluis voorkomt.
  • Hoofdluis bestrijd je vooral door goed te kammen met een luizenkam.
  • Wanneer ouders luizen constateren bij hun kind(eren) dan wordt hen, naast het bestrijden van de luizen en neten, gevraagd de leerkracht(en) en de ‘luizenouders’ van de betreffende klassen op de hoogte te brengen.
  • Ouders stemmen toe in regelmatige controle door de school.
 
Wat doet het LOT?
  • De luizencoördinator is het aanspreektpunt voor de ouders, het luizenopsproringsteam en de school en zorgt ervoor dat het protocol wordt nageleefd.
Nadine Greiner, 06-47791044, nadinemariegreiner@gmail.com
  • Het LOT zorgt voor de feitelijke controles op luizen op school. Elke klas zorgt voor twee ouders die lid worden van het LOT.
  • De controle vindt plaats na iedere schoolvakantie. Dit gebeurt door het LOT binnen schooltijd.
  • De controles worden bijgehouden op de daarvoor bestemde checklists in de map van de eigen klas en zijn te vinden in de koffiekamer van de leerkrachten.
  • Controleer grondig met de handen pluk voor pluk het gehele haar. Schenk extra aandacht aan plekken zoals achter de oren, in de nek, in de paardenstaart, de pony en dicht op de hoofdhuid.
  • Als er luis wordt geconstateerd bij een kind belt de coördinator de ouders/verzorgers van het kind. Belangrijk is dat de luizenpluizers dit dus meteen doorgeven aan de coördinator. Je mag het ook zelf doen als je dat ziet zitten. Het kind dient zo snel mogelijk na schooltijd te worden behandeld met een luizendodend middel. Houdt rekening met het kind en isoleer het niet van de andere kinderen.
  • Worden er in een klas bij 10% of meer van de kinderen luizen gevonden, dan wordt de hele klas na twee weken nogmaals gecontroleerd. De ‘luizenouder’ meldt de aanwezigheid van luizen aan de aan de desbetreffende ouders en geeft de namen van de leerlingen met hoofdluis door aan de leerkracht.
 
Wat doet de school?
  • De school creëert mogelijkheden voor grondige en permanente controle van alle kinderen. Ten eerste is een Protocol Luizen opgesteld. Verder zorgt de school voor de tijd, de ruimte en de middelen die nodig zijn om effectieve controle bij alle kinderen mogelijk te maken.
  • De school zorgt ook voor actuele leerlingenlijsten van elke klas. Deze lijsten kunnen alleen door de schoolleiding en leden van het LOT ingezien worden. De leerkracht overhandigt de lijst van de klas bij aanvang van de eerste controle in het schooljaar.
 
 
Verder hebben wij de volgende schoolafspraken:
 
  • Er dient discreet met de informatie te worden omgegaan.
  • Als er bij de eerste hercontrole nog steeds luizen worden aangetroffen dan neemt de leerkracht persoonlijk contact op met de ouders. Dit is een extra, feitelijk oneigenlijke taak van de leerkracht, wij hopen dan ook dat deze maatregel nauwelijks voorkomt.
  • Wanneer bij de tweede hercontrole nog weer luizen of neten worden bespeurd dan nodigt de directeur de ouders uit voor een gesprek op school en wordt zo nodig de GGD-schoolverpleegkundige ingeschakeld en/of contact opgenomen met de  leerplichtambtenaar. Ook verwijzen we naar de website www.klassiekehomeopathie.nl waar informatie staat hoe luizen bestreden worden.
  • Het luizenprotocol wordt aan het eind van het schooljaar geëvalueerd en eventueel bijgesteld door directie en LOT- coördinator.
 
 
Feiten over luizen:
 
  • Hoofdluizen kunnen niet springen, vliegen of zwemmen. Alleen lopen. Direct haar-op-haar contact is de enige manier om het op te lopen.
  • De luis maakt geen onderscheid tussen schoon of vies haar, met een slechte lichamelijke hygiëne heeft het dus niks te maken. 
  • Alle mensen en diersoorten hebben een eigen luizensoort. Dierenluizen kunnen dus niet overleven op mensen en andersom.
  • Immuniteit tegen hoofdluis bestaat niet. Er kan voortdurend een (her)besmetting plaatsvinden. Er is onvoldoende bewijs dat preventieve middelen/producten effectief zijn. 
  • Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat de luizencapen/-zakken niet bijdragen aan het voorkomen van hoofdluis. Wanneer luizen gescheiden zijn van het menselijk lichaam kunnen ze maar kort overleven en worden de luizen dusdanig zwak dat een besmetting onwaarschijnlijk is.
  • Hoewel hoofdluizen niet kunnen zwemmen, verdrinken ze niet tijdens het zwemmen of tijdens het wassen van de haren. Ze kunnen zo’n 2 uur overleven onder water. 
  • Hoofdluisbesmetting via zwemmen is niet mogelijk. Hoofdluizen houden zich heel goed vast aan het haar. Als ze het haar eenmaal los hebben gelaten, zijn ze dusdanig verzwakt dat ze niet in staat zijn om nieuwe besmettingen te veroorzaken als ze al drijvend per toeval een anders hoofd weten te bereiken.
  • Er is geen wetenschappelijk bewijs voor de effectiviteit van aanvullende maatregelen zoals het wassen van beddengoed, knuffels en kleding. Het advies voor een grondige schoonmaak is niet langer van toepassing. Voor een hygiënisch gevoel kunt u dit wel doen. 


Handige links: